Als u dit Kinderboek
wilt uitprinten als Word-document - klik hier.
In de
dierentuin
met Sam en Lucca.
Door Asbjørn
Lønvig, kunstenaar, schrijver en
illustrator
Inter-Set,
vertaler
Lucca
is 3 jaar oud en Sam is 6 jaar oud.
Lucca
zit op kinderdagverblijf “De ondeugden” in Middenveld.
Sam
zit in groep 3 op de Middenveldschool.
Lucca
en Sam wonen naast elkaar.
Ze
wonen op de Middenveldweg.
Lucca
woont op nummer 584 en Sam woont op nummer 566.
Soms
noemt Lucca Sam zesenzestig.
Sam
moet dan lachen en noemt Lucca vierentachtig.
Dit
zijn ze dan, Lucca en Sam.
Klaar
voor een bezoek aan de dierentuin.
De
zon schijnt en Lucca heeft haar mooiste zomerjurk aan.
Sam
draagt een wit shirt zonder mouwen en
een
rood-wit gestreepte korte broek.
Lucca
vindt dat Sam er stoer uitziet.
Sam
vindt dat Lucca er lief uitziet.
De
vader van Sam is leraar op de Middenveldschool.
Hij
heeft een vrije dag en gaat met Lucca en Sam mee.
De
vader van Sam heet Samuel S. Samuelszoon,
maar
op school noemt iedereen hem gewoon Samuel IQ.
Hij
weet namelijk alles.
De
vader van Sam weet op iedere vraag een antwoord.
De
vader van Sam nam een mand mee
met
lunchpakketjes en met
iets
te drinken.
Hij
had natuurlijk ook een boek in de mand gelegd.
Of
eigenlijk twee boeken.
Het
ene boek ging over dieren.
Het
andere was geschreven door de beroemde Amerikaanse schrijver
Ernest
Hemingway.
De
titel van het boek was “Voor wie de klok luidt”.
Direct
bij binnenkomst in de dierentuin van Middenveld zien ze een flamingo.
Als
de flamingo staat te rusten, staat hij op één poot.
“Hoeveel
eieren legt een flamingo?”
vroeg
Sam.
“Eén
ei,” antwoordde zijn vader.
“Soms
twee.”
“Eén
op de 300 keer legt een flamingo twee eieren.”
Zoals
altijd wist de vader van Sam het antwoord.
“Waarom
kijkt een flamingo zo boos?”
vroeg
Sam.
“De
flamingo is niet boos. Zijn snavel heeft deze vorm omdat de flamingo
het
water met de bovenkant van zijn snavel filtert op zoek naar eten,”
antwoordde
de vader van Sam.
Sam
snapte er niet zoveel van,
maar
hij
vond het allang best dat de flamingo niet boos was.
“Kijk
nou…!” riep Lucca terwijl ze naar de papegaaien wees.
“Kijk
wat een mooie rij met papegaaien.”
“Ja,”
antwoordde Samuel IQ.
“Papegaaien
leven in gebieden met heel veel kleur.
Daarom
hebben papegaaien zoveel kleuren.”
Je
snapt meteen dat flamingo’s en papegaaien vogels zijn.
Ze
kunnen immers vliegen.
Maar
een pinguïn kan niet vliegen.
De
meeste pinguïns wonen op de Zuidpool, maar sommige wonen in Australië
en in
Zuid-Amerika.
De
vader van Lucca heeft hele kleine pinguïns in Zuid-Australië gezien
op
een eiland dat Philipseiland heet.
“Ik
weet eigenlijk niet of ze ook in Zuid-Afrika voorkomen.
Ik
zal eens in mijn boek kijken,” zei de vader van Sam.
De
vader van Sam, Samuel S. Samuelszoon, Samuel IQ, Lucca en Sam genoten
met
volle teugen van hun dagje uit.
Nu
kwamen ze bij het gevangenispaard.
Een
oom van Lucca noemt het een gevangenispaard,
maar
het is natuurlijk een zebra.
De
zebra kan niet goed over het hek kijken, daarom
staat
hij op zijn achterpoten.
De
beide giraffen heten Lange Jan en
Niet
Zo Lange Jan.
Lange
Jan is blauw met gele vlekken en
Niet
Zo Lange Jan is geel met blauwe vlekken.
Bernhard is een aap.
Hij
is gek op in bomen klimmen en op bananen.
Op
zijn hoofd draagt hij altijd zijn blauwe pet met gele punt.
Zo weet je altijd wie Bernhard is.
In
een kooi met tralies wonen leeuwen
en
tijgers.
Mannetjesleeuwen
hebben grote manen.
Tijgers
hebben strepen en
alle
tijgers hebben een ander streeppatroon.
“Nu
ben ik moe,”
zei
Lucca.
En ze
liepen terug naar de Middenveldweg.
Lucca
bedacht dat ze toch maar bofte
met
twee leuke vrienden als
Sam
en zijn vader.
Toen
Lucca haar
moeder
en vader zag,
raakte
ze niet uitgepraat
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat,
en
uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat, en uitgepraat
over
de
heerlijke
dag die ze hadden gehad.